Rotterdam draagt locaties windmolens aan voor regionale opgave

Het Rotterdamse college heeft de provincie Zuid-Holland vier locaties aangedragen voor de plaatsing van windturbines. Naar aanleiding van het in augustus 2016 verschenen conceptplan, heeft de gemeente samen met de voormalige stadsregio Rotterdam in kaart gebracht waar en hoeveel windmolens kunnen worden geplaatst. Tien nieuwe locaties werden onderzocht, acht ervan sneuvelden al eerder. Twee locaties waren al in studie. In totaal resteren er dus vier locaties met de mogelijkheid voor acht windturbines in totaal, waar het college een positief advies op afgeeft.

Voor potentiele locaties op Rotterdams grondgebied gaat om het Beneluxplein in Rotterdam-Hoogvliet (1 turbine), de Charloissepoort in Zuid (1 turbine), de Verlengde Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland (2 turbines) en Landtong Rozenburg (4 turbines). Rotterdam spreekt zich ook uit over de eventuele plaatsingslocaties in buurgemeenten. Het college is van mening dat het Distripark in de gemeente Albrandswaard, Hartel Oost in Nissewaard en de Stormpolder in Krimpen aan den IJssel kunnen voldoen als plekken voor windmolens.

“Rotterdam gaat voor een duurzame samenleving, maar het is van belang dat er bij windenergie zorgvuldig wordt gekeken naar de geschiktheid van de locaties. Belangrijk in dit kader is dat toekomstige windturbines op voldoende afstand van kwetsbare objecten worden geplaatst en niet conflicteren met belangrijke recreatieve of economische ontwikkelingen”, laat wethouder Pex Langenberg (duurzaamheid) weten.

De taakstelling is om regionaal te komen tot 150 Megawatt aan extra windvermogen in 2020. Alle gemeenten moeten gezamenlijk komen tot de regionale taakstelling: lukt dit niet dan is de provincie als bevoegd gezag in staat om gebieden aan te wijzen waar alsnog windturbines moeten verrijzen. Gezien de grootte van de gemeente is berekend dat Rotterdam circa zeven turbines moet leveren om een gelijkwaardig aandeel te leveren in de regionale taakstelling.

De provincie Zuid-Holland behandelt alle ingebrachte zienswijzen in de periode mei-juli. Na de zomervakantie wordt er een voorstel gestuurd naar de Provinciale Staten. In het najaar van 2017 wordt er een definitief besluit genomen. Op dat moment staat vast op welke locaties er windturbines komen er hoeveel dat er zijn.